KANE
 
Penthouse



Kane, "we voelen ons rauw en sexy"
Hun succes was komeetachtig. "Alsof we in een achtbaan zaten. Je rijdt langzam maar boven en in een keer schiet je naar beneden - wooooohhh." Kane groeide uit tot de grotste rockband van het land. Maar prive was het "niet allemaal hosanna". Met het concert op het Malieveld, 26 augustus, wordt die donkere periode definitief afgesloten. "Dicht die zware deur, om dat spoor en gaan!" Penthouse in gesprek met oprichters Dinand Woesthoff en Dennis van Leeuwen.

Penthouse: Op een dag in 1998 speelde in de Scheveningse strandtent Mecca het bandje Erwas eens... Daarmee begon het sprookje Kane. vertel eens.
Dinand: Het begon eigenlijk iets eerder. Dennis en ik ontmoetten elkaar voor het eerst op Schipol. Daar zwaaiden we onze vriendinnetjes uit, die met elkaar stage gingen lopen in het buitenland. Dennis zat in een bandje, ik zat in een bandje, en als je nog niets bereikt hebt, is er veel rivaliteit en kijk je kritisch naar elkaar. Er was niet gelijk een vibe tussen ons. In die tijd was ik eigenaar van mecca. Daar speelden vaak bandjes, we gaven houseparty's...We hadden een keer onze zinnen gezet op Lois Lane, maar die vroegen 6500 gulden, dat was veel te veel, we haakten af. Toen zei mijn vriendin Maddy: "Waarom neem je het bandje van Dennis niet, Er was eens...?"Laat maar komen, zei ik. Tijdens het opbouwen kwamen Dennis en ik over muziek te spreken. Het bleek dat we heel erg op een lijn zaten, dat we allebei een enorme drive hadden om muziek te maken. Dat vond ik heel prettig. het gebeurt niet zo vaak dat je iemand tegenkomt met wie het klikt.

Penthouse: En die klik had je op Schiphol nog niet.
Dinand: Nee, toen schudde ik hem alleen een hand en dacht: kijk hoe die er uitziet, dat kan toch niet. (lachend) Dat heb ik nog steeds, hoor.

Penthouse: Hoe ging het verder?
Dinand: We spraken af om een keer te gaan samenspelen. dat was voor mij uniek, ik doe dat niet so snel. Ik woonde op de Laan van Meerdervoort. Daar had ik een klein keldertje. Daar zijn we gaan pielen.

Penthouse: Speelde je toen een instrument?
Dinand: Gitaar, maar dat mocht niemand nog weten.

Penthouse: Kwam uit dat gepiel meteen al het Kane-geluid voort?
Dinand: Ja, al snel gingen we qua sound richting de song Damn those eyes. Kort daarna kregen we de kans om op te treden in het voorprogramma van een of ander funky Ambonezenbandje in de Vagebond in Rotterdam. maar we hadden geen drummer en geen bassist.
Dennis: Een vriend van mij was drummer, die had er wel oren naar. en toen ik een keer met hem in Nighttown stond, wees hij naar iemand en zei. Die gozer daar is volgens mij bassist. ik liep op die gast af en vroeg: ben jij bassist? Ja. Wil je in een band spelen? We hadden hem nog nooit horen spelen, maar nu hadden we tenminste een bassist.

Penthouse: Hoe ging het optreden?
Dennis: De boel stond op zijn kop. Dan te bedenken dat we maar een paar keer gerepeteerd hadden. De volgende dag gingen we in Rotterdam iets drinken, toen kwamen er twee meisjes naar ons toe: Zijn jullie die jongens die gisteren in de Vagebond optraden?
Dinand: We noemden ons toen de Little Pocitas.

Penthouse: De naam Kane is afgeleid van Citizen Kane, een eerder bandje van Dinand. Vonden jullie de naam zo mooi of de film zo goed?
Dinand: We hadden de film niet eens gezien, we vonden de naam gewoon erg goed. Maar er was al een band in Zweden die zo heette, en we vonden Kane bovendien krachtiger. Simpel, pakkend, vier letters...Kane, pats!

Penthouse: Jullie hebben je laten inspireren door Elvis Presley, Jimi Hendriks en U2. Ik hoor dat niet terug, ik vind dat jullie een heel eigen sound hebben.
Dinand: Ik kreeg laatst van iemand een demo van mijn schoolbandje - ik zal toen een jaar of dertien, veertien zijn geweest. daarop hoor je vooral de invloeden van de Simple Minds en Prince. In het begin ben je als een spons, je absorbeert van alles. Maar al die invloeden samen vormen jou en resulteren in de loop van de tijd in een eigen sound.
Dennis: Voor mij was Jimi Hendriks de reden dat ik gitaar ben gaan spelen. Maar het was niet zo dat ik hem wilde zijn.
Dinand: Ik was erg onder de indruk als ik Prince purple rain zag spelen. Dan dacht ik: hoe is het mogelijk dat je dat ding zo kunt raken?! Dat werkte onwijs inspirerend. Voor de spiegel probeerde ik hem na te doen.

Penthouse: Heb jij ook voor de spiegel gestaan, Dennis?
Dennis: Ik kreeg een gitaar van mijn oom. Dat ding heb ik een maandlang in de hoek laten staan. op een gegeven moment hing ik hem om mijn nek. Toen keek ik in de spiegel en dacht: wauw! een jongen uit mijn klas kon een paar hendrix-songs spelen, die leerde hij mij. Zo begon het.

Penthouse:Op welke vlakken hebben jullie als Kane in de loop der jaren vooruitgang geboekt?
Dinand: Pas sinds een paar maanden deni ik: nu gaat het echt ergens naartoe. Afgelopen weekend speelden wij een paar shows. Dat waren naar mijn gevoel de beste uit het bestaan van kane. ik voel me momenteel heel ontspannen op het podium, het gaat als vanzelf. Dat is een enorme bevrijding, het werkt niet altijd zo. Van die kleine kelder naar die grote podia is een heel eind.

Penthouse: Hoe komt een tekst tot stand?
Dinand: Dat is een compleet mysterie voor mij. het moment dat het komt, laat zich totaal niet voorspellen. Ik kan niet zeggen: ik ga even de hoek om en dan ga ik een te gek lied schrijven. Het werkt wel mee als je je rustig voelt . je hebt een bepaalde hoeveelheid energie om iets mee te doen. eisen andere dingen die energie op, dan houd je minder over om uit te putten. Begin dit jaar schreef ik ongeveer acht liedjes in drie weken, dat is supergoed. Maar toen overleed mijn vader en kwam het even stil te staan.

Penthouse: Waardoor laat je je inspireren?
Dinand: Mensen, situaties...het is vaak niet gripbaar. een ontmoeting kan een heel positief gevoel genereren en dat neem je mee in je creatieve proces.

Penthouse: Ik las in een interviwe dat je het meest rock-'n-roll was in je housetijd, voorafgaand aan Kane. Vertel eens.
Dinand: Het clichématige van het rock-'n-rollleventje - drugs, alcohol, het zes dagen in de week doorgaan - dat heb ik gedaan toen ik tien jaar lang een beetje verdwaald was in de housemuziek. Ik hing vooral in gevaarlijke tenten, waarmee ik bedoel: tenten waar een heel sensueel en duister sfeertje heerste. Zoals de Exposure in Scheveningen. En de Solo in Rotterdam, daar zaten hoeren en pooiers, alles kwam er bij elkaar - dat leverde een soort stadserotisch ding op wat ik helemaal te gek vond, en nog steeds vind.

Penthouse: Dance domineerde ons land, niemand zat te wachten op een rockband. Toch hadden jullie succes. hoe verklaren jullie dat?
Dennis: Dat is niet te verklaren. maar wij hadden zoiets van: wij gaan ervoor, niemand houdt ons tegen. Wij hadden een liedjes geschreven en gingen daarmee naar de platenmaatschappij - we dachten: die maakt daar gewoon een hit van, punt. toen we een deal kregen bij BMG, zeiden zij: houd wel rekening met een langetermijnplanning.

Penthouse: Maar lang hoefden jullie niet te wachten...
Dennis: Het was net of we in een achtbaan zaten. Je rijdt langzaam naar boven en in een keer schiet je naar beneden - wooooohhh - en speel je 250 keer per jaar. We wisten niet eens dat er zoveel podia in Nederland waren.

Penthouse: In het begin legden jullie zelf per optreden 250 gulden toe. Nu staan jullie in Ahoy, de Arena, de Heineken Music Hall. Een komeetachtig succes. Met wat voor5 groeistuipen hebben jullie te kampen gehad?
Dennis: Er is geen cursus voor. De eerste keer dat ik een interview voor de televisie deed, keek ik de hele tijd in de camera...
Dinand: (schaterlachend) Hij was net de wethouder van Juinen!
Dennis: Van die stomme dingen...
Dinand: We wisten nog niks, ik was nog nooit in een studio geweest. De eerste keer keek ik om me heen en dacht; fuck, wat gebeurt hier allemaal?

Penthouse:Hoe voelden jullie je toen jullie eerste single, Where do I go now, de hitparade binnenkwam?
Dinand: Wij dachten meteen dat we rocksterren waren. Ik belde mijn ouders op: Ma, pa, ik heb het altijd geweten, dit is het vuur, dit is mijn pad, ik stop met mijn studie. En ik stopte ook bij mecca. Kom op, weet je wel, we hadden een single! Je waant je even koning op de berg, on top of the world. maar een single is helemaal niks, het is zo vluchtig als de pest. het wordt pas wat als je vier singles hebt geschreven, als je iets neerzet waardoor je langzaam doordringt bij mensen.

Penthouse: Word je een ander mens door het succes?
Dinand: Iedereen die het nodig vindt een plaat op te nemen en die te laten horen, iedereen die het nodig vindt het podium op te stappen, of dat nu in de Vagebond of op Parkpop is, die heeft een bovenmatige hang naar aandacht. Laten we daar maar gewoon voor uitkomen.

Penthouse: Maar zit je ook te wachten op aandacht van de boulevardpers? Zo vernam ik via RTL Boulevard dat je vriendin Lucy zwanger is.
Dinand: Dat is heel tweeslachtig. Ik vind het prettig als men reageert op het muzikale, aan al het andere heb ik een broertje dood. De laatste jaren is er vrij veel gebeurd rond mijn persoon, en dat de schijnwerpers om die reden op mijn gericht waren, vond ik niet leuk.

Penthouse: Jullie brengen veel tijd met elkaar door. Wanneer is de laatste keer dat jullie ruzie hebben gehad?
Dinand: In januari. Toen sloegen we elkaar bijna de harses in. meestal gaan onze ruzies over hoe dingen zouden moeten, de interpretatie.
Dennis: Wij doen dit uit de grond van ons hart, en als we het oneens zijn, kan het er heftig aan toe gaan.

Penthouse: Hebben jullie daarom al negen muzikanten versleten?
Dennis: De basis is gelegd tijdens ons gesprek in mecca in '98. Als er anderen bijkomen , dan moeten die met terugwerkende kracht heel veel dingen doen en begrijpen, en dat is niet altijd eenvoudig. Nu zijn we met z'n drieën (inclusief drummer Martijn Bosman) en werken we met gastmuzikanten.

Penthouse: Zijn jullie hard?
Dennis: Ja, ik denk het wel.
Dinand: Ik vind dat wel meevallen. In Nederland zijn we niet gewend om voor een droom te gaan, om te knokken voor wat je waard bent - dat zit niet in onze genen. Dat heeft te maken met een briefje dat ooit op een kerkdeur werd gespijkerd. de eesentie daarvan was: doe maar rustig aan, volg de masse. Daar is het misgegaan. In de fundering van ons land zit niet het volgen van je droom. dat heeft ook zijn voordelen, het houdt de mens nuchter. Maar op artistiek nievau levert het geen optimaal resultaat op.

Penthouse: Op welke punten vullen jullie elkaar aan?
Dennis: Ik ben heel nieuwsgierig naar alles wat er uitkomt. ik lees veel, luister veel. Ik geef Dinand wel eens aan: Dit moet je checken, dat is echt vet. en dat hoeft niet alleen nieuw spul te zijn. Dinand attendeerde mij ooit op het nummer Passenger van Iggy Pop. Daardoor ben ik het album Lust for life gaan luisteren. Wauw, echt te gek. Je moet jezelf met terugwerkende kracht opvoeden om te weten waar je mee bezig bent.

Penthouse: Noem eens een goede en een slechte eigenschap van elkaar.
Dinand: Dennis is een heel fijn mens, een goeie gast. En slecht...? Soms ligt mijn tempo hoger, dan zeg ik tegen den: Even niet Kofi Anannen, dat schiet niet op, aan de bak nu! Maar is het slecht dat hij mij soms afremt?
Dennis: Ik vind Dinand enorm sterk. Hij heeft dramatische dingen meegemaakt en zich erdoorheen geslagen. Daar heb je enorm veel kracht voor nodig. Minder is dat hij een eigenwijze gozer is. Hij is overtuigd van zijn eigen kunnen. Maar daar schuilt ook zijn kracht in.

Penthouse: Dinand, je hebt je jeugd in Gorinchem doorgebracht, maar Den Haag is je plek. hoe is dat zo gegroied?
Dinand: Het eerste jaar vond ik verschrikkelijk in Den Haag. Naast mijn studie verdiende ik wat bij als glazenophaler in de diskotheek De Tempel. Daar leerde ik een paar Hagenezen kennen, we werden vrienden. Die rauwe eerlijke vibe hier spreekt me aan. Daarom ga ik ook graag naar ADO. Niet omdat ze nou zo fantastisch voetballen, ik ga erheen voor de vibe.

Penthouse: En is mecca nog steeds jouw favoriete hang-out op het strand?
Dinand: Sinds twee jaar heerst de echte mecca-geest er weer. En ja, het blijft natuurlijk mijn geesteskindje. ik heb die tent ooit in de kroeg op een bierviltje zitten schetsen. Dat was toen ik bouwkunde in delft studeerde. ik was met vrienden samen en zei: Als ik later een strandtent zou hebben, dan zou ik er een soort pirateneiland van maken, gemaakt van rotzooi dat is aangespoeld uit zee. toen we die tent daadwerkelijk gingen bouwen, kwam er een vrachtwagen rotsen en boomstammen lossen. Idereen verklaarde ons voor gek. Nu heeft bijna iedere tent op het noorderstrand bomen en rotsen.

Penthouse: Vooralsnog is niet een Nederlandse band echt doorgebroken in het buitenland. Hoe zit dat met jullie? Sinds 2003 hebben jullie al plannen de wereld te veroveren.
Dinand: Die ambitie is nooit veranderd. Maar er is een groot verschil tussen een idee hebben en het realiseren. In het begin denk je: je hebt een goed liedje, dat vindt zijn weg wel naar de mensen. Maar so simpel is het niet. In maart 2004 kregen we een telefoontje van de Engelse tak van onze plattenmaatschappij. Ze waren onder de indruk van rain down on me en wilden dat wij daar kwamen. verwacht er niet te veel van, zeiden ze. De timing kwam super ongelegen, het was niet allemaal hosanna in ons prive-leven, maar toch deden we het. Wij naar Engeland. En wat denk je? rain down on me kwam in de charts binnen op 32. De company was verbaasd, zo van: hoe is dit mogelijk?! Wij konden gaan touren in Engeland. Ik kan je zeggen, we hebben op veel plekken gespeeld, maar het is nergens zoals daar. Je voelt gewoon dat muziek, en zeker rockmuziek, daar onderdeel van de maatschappij is.

Penthouse: Maar, heb je daar dan nu voet aan de grond?
Dinand: Nee, want er kwam een andere baas, en die had geen zin om er energie in te steken.

Penthouse: Dus je bent overgeleverd aan de platenbonzen.
Dinand: In eerste instantie moet je er natuurlijk als band staan en goed materiaal maken. Maar er is ook een heel ander spel, de politiek achter de muziek, noem ik dat. De Nederlandse muziekindustrie, die hele bubbel, is er nooit in geslaagd om paden uit te zetten die succesvol zijn. ja, die Golden Earring 35 jaar geleden, maar dat was een andere tijd, een andere flow. Ik zeg niet dat het de schuld van de platen maatschappij is, het probleem isdat er zero ervaring is.

Penthouse: Geen gebaande paden...
Dinand: Dat maakt het een moeizaam verhaal. Maar ik zal zeggen, de eerste keer dat wij in London in de Mean Fiddler onder de trap stonden omdat ze geen kleedkamer hadden en wij moesten pissen in de prullenbak, dat was een van de hoogtepunten. Het gaat er niet om of we voor tig duizend mensen of een paar honderd staan, het gaat om de uitdaging, de sensualiteit, de romantiek.

Penthouse: Zou je bereid zijn Nederland te verlaten?
Dinand: Ja, maar niet bereid zijn Nederland achter te laten.

Penthouse: Hoe zijn jullie gedurende de jaren met groupies omgegaan?
Dinand: Nou...niet.

Penthouse: Dat speelde geen rol?
Dinand: Nee.

Penthouse: Waarom niet? Omdat jullie allebei vaste verkeringen hadden?
Dinand: Dat had er niets mee te maken. Kijk, mensen zien jou op het podium, op televisie, maar ze kennen je natuurlijk niet. Het is hartstikke leuk als ze je te gek vinden, als ze van alles voor je willen doen, whatever. maar groupies geven mij niet de voldoening die ik uit dit leven wil halen.

Penthouse: Ze horen niet bij het avontuur, wat jou betreft?
Dinand: Ik geniet er meer van als het muzikale ego wordt gestreeld.

Penthouse: Dus als er ooit een Kane-biografie verschijnt, dan zullen dat soort sappige anekdotes ontbreken.
Dinand: Toen ik een klein ventje was, was de Scheepsjongens van de bonte koe mijn bijbel. Die jongens stappen in een VOC-schip en belanden per ongeluk ergens in Indonesië, en ondertussen maken ze allerlei dingen mee. Zo voelt ons avontuur ook. Het is een aaneenschakeling van gave dingen.

Penthouse:Je hebt een zwaar hoofdstuk achter de rug - in een kort tijdsbestek heb je je ex Maddy en je vrouw Guusje verloren, en nu ook je vader. In perioden van diepe ellende zijn meesterwerken tot stand gekomen. In hoeverre geldt dat cliché voor jou?
Dinand: Als ik naar ons album Fearless luister dat in die periode tot stand is gekomen, dan constateer ik dat een paar dingen goed gelukt zijn en een paar ook niet. Het liedje Love for the sake of life staat helemaal voor die periode, voor hoe ik me voelde. Ik was overboord gevallen, kilometers uit de kust, bijna verzopen.Ik ben gaan zwemmen voor wat ik waard was. Toen ik weer bijkwam, lag ik op het vasteland en bleek ik nog te ademen. Ik had dus de kracht en de wil om door te gaan. Daar gaat het liedje over - het weerspiegelt voor mij die tijd. En Fearless vind ik een heel mooi, heel sterk lied.

Penthouse: Op wat voor manier hebben de donkere jaren jou als mens gevormd?
Dinand: Je leert relativeren. Alle bullshit zakt door de zeef van relativering. De dingen die overblijven, daar focus ik me op, nog meer dan voorheen.

Penthouse: Heelt de tijd alle wonden?
Dinand: Nee, dat denk ik niet. maar in een positieve zin openen de wonden ook weer nieuwe deuren. Je kijk op het leven verandert, en daardoor kun je de dingen beter waarderen. Dat werkt bevrijdend, het is ook verrijkend. Het maakt het allemaal een stuk helderder.

Penthouse: Hoe ben jij met die donkere periode omgegaan, Dennis?
Dennis: Die periode had een weerslag op iedereen. Ik kon natuurlijk niet exact delen wat Dinand meemaakte. Ik kon er alleen voor hem zijn.Na het overlijden van Guusje zijn we even weggegaan uit Nederland. Als Dinand hier in de supermarkt rondliep, voelde hij gewoon dat mensen het hadden over wat hem was overkomen. We zijn naar Indonesië gegaan, waar onze vaders vandaan komen - even helemaal weg.
Dinand: Dat hele gebeuren heeft natuurlijk een enorme wissel op Kane getrokken. Wat ik in het begin al zei: je hebt een potje met energie, en als dat voor het grootste deel wordt opgeslokt door al het oncontroleerbare, dan blijft er nog maar zoveel over...Maar die periode ligt nu achter ons. Dicht die zware deur, om dat spoor en gaan.

Penthouse: Hoe heeft het verdriet jullie vriendschap beïnvloed?
Dinand: Aan de ene kant verwijdert het je van elkaar, omdat het zo groots is - je moet daar op je eigen manier mee dealen. Aan de andere kant verbindt het je, omdat het zo op de essentie van het leven ingaat. Wij verhouden ons nu natuurlijk heel anders tot elkaar dan bij onze eerste ontmoeting op Schiphol. Het enige wat hetzelfde is gebleven (wijzend op Dennis): die gozer ziet er nog steeds niet uit...

Penthouse: Als je Dreamer (Dinands ode aan Guusje, geschreven een dag na haar overlijden) nu terughoort, komt die periode dan weer naar boven?
Dinand: Dat nummer is voor veel mensen emotioneler dan voor mij. Ik zit vooraan in die trein. Het is net als met dit interview; tegen die tijd dat mensen dit lezen, zijn wij alweer met iets anders bezig. Tuurlijk voel ik me verbonden met Dreamer. Maar het is niet zo dat ik elke keer als ik het hoor, denk: o God...

Penthouse: Het concert op het Malieveld op 26 augustus moet de periode Fearless definitief afsluiten en een nieuw tijdperk inluiden. Wat kan het publiek verwachten, een nieuwe Kane?
Dinand: Een sterkere Kane. We zijn niet meer die jonge hondjes, die het podium opkomen en schreeuwen: hallo Pinkpoooooooop. Het is nu heftiger

Penthouse: Jullie nieuwe sound noemen jullie rauwer, meer sexy, harder en viezer. Reflecteert dat jullie gevoel?
Dinand: Ja, we voelen ons rauw en sexy.

Penthouse: En wat gaan jullie doen na het Malieveld?
Dinand: Dan gaan we studio in. de volgende plaat moet helemaal de shit zijn. ieder nummer moet kloppen. toen we net met Kane begonnen, zei ik: De vierde of vijfde plaat, dan gaat het pas goed worden. Ik heb het gevoel dat dat ook gaat gebeuren.