KANE
 
Metro



Na het succes van derde studioalbum Fearless besloten zanger Dinand Woesthoff en gitarist Dennis van Leeuwen alles los te laten. Zij vertrokken op een muzikale reis waarvan niemand de eindbestemming wist. De daaruit resulterende vierde langspeler heet EVERYTHINGYOUWANT en ligt vanaf vandaag in de winkel. “De plaat is 25 procent waar wij vandaan komen en 75 procent waar wij naartoe gaan”, zegt Woesthoff over het nieuwe album.

Ik moest wel even wennen aan de compleet nieuwe sound. Wat is er gebeurd?
Dinand:
We wilden verder, hebben eens goed in de spiegel gekeken en gezegd: KANE is heel ver gekomen, maar er zijn ook punten die veel beter moeten. In Nederland zaten wij een beetje aan ons plafond. We hadden geld zat, konden alles zelf financieren en hebben gezocht naar personen die dat plafond weg konden rammen. Mensen met heel veel kennis van zaken die ons tegelijkertijd niet spaarden en kritisch waren. Én ons konden inspireren verder te komen.

Hoe kom je aan zulke mensen, die vind je volgens mij niet in de Gouden Gids?
Dennis:
Dat zou nog eens een mooie Gouden Gids zijn. Wij werden via via geïntroduceerd bij Kevin Patrick, een A&R manager (hij werkte onder meer met PJ Harvey, Suede en The Pogues, red.) met een telefoon vol met nummers van mensen die je verder kunnen brengen. Met hem hebben we een plan gemaakt over hoe we een plaat konden maken zoals wij dat wilden.

Het album is voor het grootste deel opgenomen in New York. Was Nederland niet goed genoeg?
Dinand:
Het was absoluut niet zo dat wij zo nodig een plaat in New York wilden opnemen. De mensen met wie wij werkten, wonen alleen voor het grootste deel in die stad.
Dennis:Wij hebben ook gewoon in Nederland liedjes geschreven, zoals wij dat altijd hebben gedaan. Tegelijkertijd zaten we in New York in een ruimte af te wachten óf en wát er zou gebeuren. Dat was heel spannend.
Dinand:Het was een sprong in het diepe.

Jullie hebben zomaar zitten pielen in een studio?
Dinand:
Soms wel. Maar het proces begint in eerste instantie met terugkijken. Wat zou je niet meer doen en wat werkte juist wel? Muziek is altijd een reflectie geweest van hoe wij ons voelen. Fearless was de afsluiting van een heftige, donkere periode. Nu voelden wij ons weer goed en wilden een plaat maken waar heel veel plezier in zit.

Hoe was dat voor jou Dennis? De eerste keer dat ik de plaat hoorde, dacht ik: nu komt de gitaarsolo. Maar ik hoorde synthesizers…
Dinand:
Daar komt de aap uit de mouw, haha.

Speelt Dennis die synthesizers?
Dennis:
Niet allemaal.
Dinand:Alleen de heel bepalende partijen.

KANE was toch juist die band die ooit zei dat er geen toetsen op een plaat kwam?
Dinand:
Dat klopt, toetsen waren voor mietjes… Nu zijn wij die mietjes en Dennis de grootste,haha.
Dennis:Ik ben die gast van Modern Talking.
Dinand:Wij hebben onze oogkleppen afgedaan, alles mocht. Wij gaven ons compleet over aan creativiteit. Alles komt voort uit ‘soul’. Dennis kán helemaal geen toetsen spelen, maar is gaan klooien. Het gebeurde gewoon en het was goed.
Dennis:Nico (Brandsen, KANE’s live-toetsenist, red.) laat mij alle hoeken van de kamer zien. Maar op een synthesizer kun je alles doen wat je wilt, terwijl je tegelijkertijd geen benul hebt van wat je doet of wat het oplevert.
Dinand:Dat is in mijn ogen juist de manier waarop je muziek moet maken.
Dennis:Al vind ik niet dat er bezuinigd is op de gitaren. Daar zou ik het namelijk niet mee eens zijn geweest.

Ik hoor ook hiphop invloeden?
Dennis:
In het oude scenario zouden we hebben gezegd: wat hebben wij daar te zoeken? Maar we kwamen in Philadelphia bij een gast die beats maakt. Zaten we daar als twee hele, héle blanke jongetjes op een bankje. Vervolgens kwam de ene na de andere beat voorbij. Ik heb mijn gitaar gepakt en ben mee gaan spelen. Een uurtje later stond Dinand te zingen en twee uur later was er een song klaar.
Dinand: Het was een zwarte studio, punt. Daar zijn weinig blanken, en de blanken die er waren, waren wij. Je komt in een andere cultuur terecht, hiphop time is heel anders dan wij gewend zijn. Dingen gebeuren wel, maar dan wel op een heel ander tijdstip dan dat je hebt afgesproken.

Voor een controlfreak als jij, moet dat heel lastig zijn geweest?
Dinand:
Ik heb mij er gewoon aan overgegeven. Je moet je niet door angst laten tegenhouden. Ik ben er nu ook van overtuigd dat wij hier nu met jou kunnen gaan zitten om een nummer te schrijven. Als je mij dat twee jaar geleden had gezegd, dan had ik waarschijnlijk gevraagd: fuck, waarom dan?

Dus niet alleen als muzikant, maar ook als mens zijn jullie veranderd?
Dennis:
Absoluut.
Dinand:Honderd procent. We komen steeds dichterbij de essentie van wat KANE is. Je leert jezelf steeds beter kennen.

Wanneer bereik je die kern?
Dinand:
Eerlijk gezegd hoop ik daar pas aan te komen vlak voordat ik sterf. Maar wij voelden de noodzaak van ontwikkeling en dat is stap één in de zoektocht naar jezelf. Uiteindelijk is er in de kern ook veel meer te halen.

Wat was het meest confronterend tijdens die zoektocht?
Dennis:
Toen onze muziek in Philadelphia een steeds zwartere feel kreeg, terwijl ik steeds witter werd. Dat vond ik confronterend in positieve zin. Eerst dacht ik: wow, ik ben echt lomp aan het spelen. Later werd het: nee, ik moet dit volhouden want dit is wat het is. Dinand kon daar veel makkelijker in mee gaan. Bij mij gaat spontaniteit maar tot bepaalde hoogte.
Dinand:Ik ben erachter gekomen dat wij tot deze plaat geen fatsoenlijke productie hebben gedaan, het was altijd een beetje tè. Het moest meer to the point, je moet dingen durven te doen. De zang staat soms superdroog op het album. Daar moest je vroeger niet mee aankomen, ik weigerde zelfs te repeteren zonder delay of reverb.

Heeft dat met vertrouwen te maken?
Dinand:
Nu sta ik natuurlijk niet bekend als het jongetje met het minste zelfvertrouwen. Maar naarmate ik dichter bij de kern kom, voel ik mij steeds comfortabeler met mijn eigen gebreken. Die probeer ik nu om te zetten in kwaliteiten.

Toen ik jullie drie jaar geleden interviewde, zei je iedere tweede zin dat jullie “gewoon je ding” doen. We praten nu ruim een halfuur en je hebt dat nog niet één keer gezegd. Daarnaast ben je ook veel openhartiger.
Dinand:
Enige vorm van zelfrelativering speelt daarin een heel fijne rol. Ik durfde mijzelf aan te kijken en te zeggen: dat doe je niet goed jongen…

Zoals?
Dinand:
Wij waren zó ambitieus, dat wij onszelf in de weg zaten. Wij werden onze eigen vijand, omdat we ons niets aantrokken van wat anderen zeiden. Nu kan ik tegen mijzelf zeggen: je hebt de boot wel even behoorlijk opzij geduwd. En je zat er zelf niet op.
Dennis: Die zelfreflectie heeft ook teweeg gebracht dat wij elkaar even flink de waarheid hebben gezegd. Nu weten wij dat wij bepaalde dingen altijd verschillend zullen blijven zien, maar ook van elkaar kunnen leren.
Dinand:Wij hebben in het verleden mensen die ons verder konden helpen juist afgestoten. Voor dit album hebben wij personen om ons heen verzameld die hetzelfde denken, maar tegelijkertijd heel kritisch zijn. Daarmee kom je verder. Daarnaast nemen we onszelf nu ook bij tijd en wijle niet al te serieus meer.

Oké, nu begint het eng te worden…
Dinand:
Het is echt zo! Ik heb de beste twee jaar met KANE net achter de rug. Ik stond in een studio met de bassist van David Bowie en de drummer van Bruce Springsteen. Er was niets anders dan muziek, terwijl de muziek de afgelopen jaren werd belemmerd door deadlines, verwachtingen en stress. We hadden nu de mogelijkheid om ‘fuck it’ te zeggen omdat er geen belemmeringen waren.

Wat nu als het publiek het helemaal niets vindt?
Dinand:
Natuurlijk wisten wij dat dit ons leven moeilijk kon maken, maar wij kozen juist heel bewust voor die single. Radiostations zeiden direct: moeilijk, moeilijk, moeilijk. Tot bleek dat de single op twee in de hitlijsten kwam, toen vond de radio het ineens wel een goed liedje. Het past wel in het snelle tijdperk van nu: alles moet vooral hapslik zijn. Maar als je eenmaal gehapt hebt en je slikt het door, is het toch wel lekker. Zoals wel vaker, haha.

Kunnen we spreken van KANE 2.0?
Dinand:
Dat denk ik wel, new en improved. EVERYTHINGYOUWANT is 25 procent waar wij vandaan komen en 75 procent waar wij naartoe gaan.

Gitarist Dennis: het kan raar lopen. Haast op de kop af drie jaar geleden sprak Metro met KANE over de release van het vorige studioalbum Fearless. De band vertelde toen onder meer als trio verder te gaan. “Nu presenteert de drummer een kinderprogramma op Nickelodeon, het kan raar lopen”, zegt gitarist Dennis van Leeuwen. Die drummer in kwestie is Martijn Bosman. Hij maakte in februari 2007 zelf wereldkundig KANE te hebben verlaten. Volgens Bosman was er teveel onduidelijkheid over de toekomst van de band. “Dennis en ik besloten de tijd te nemen”, zegt zanger Dinand Woesthoff. “Wij werden niet langer geïnspireerd door wat wij gedaan hadden, maar door wat ergens op ons lag te wachten. Als we het ten minste konden vinden. Voor sommige mensen om ons heen was dat durven kiezen voor het onbekende lastig.”