KANE
 
Metro



Kane geeft op 26 augustus een concert op het Malieveld in Den Haag. Voor de band is dat een wens die in vervulling gaat, aangezien vooral zanger Dinand Woesthoff en gitarist Dennis van Leeuwen een innige band hebben met de Hofstad. Het tweetal leidde Metro langs enkele ‘hotspots’ van de band.

“Zullen we maar gaan dan?”, vraagt Dinand Woesthoff. Samen met gitarist Dennis van Leeuwen geeft de zanger van Kane een persdag in het Scheveningse Kurhaus. Onderwerp van gesprek: het concert van Kane op 26 augustus op het Malieveld in Den Haag. In plaats van een interview stemde het duo in met een wandeltocht langs ‘hotspots’ in ‘hun’ Hofstad. Nog geen vijf minuten later… Als een volleerd coureur stuurt Woesthoff zijn donkerblauwe Mercedes coupé door de smalle straatjes van Den Haag. De verslaggever en fotograaf volgen, ook als de 33-jarige zanger een éénrichtingsstraat vanaf de ‘verkeerde’ kant inrijdt… Het hoort er allemaal bij. Lekker dwars, lekker Rock n’ Roll!

De Paap
Rock n’ Roll vind je ook in café De Paap in de Papestraat. In de geschiedenis van Kane neemt De Paap een enorm belangrijke plek in. “Hier begon het eigenlijk allemaal”, zegt Woesthoff voor het gesloten muziekcafé. “Een jaar of tien jaar geleden zat ik hier met mijn toenmalige vriendin te eten en stond een band te spelen. Ik vroeg hen of ze ‘Little Wing’ (van Jimi Hendrix, red.) konden spelen en ik dan wel wilde zingen.” Zo gezegd, zo gedaan. Eigenaar Ferry van Coesant was onder de indruk en zei na afloop tegen Woesthoff dat als hij een keer met zijn band wilde optreden, hij altijd welkom was. Woesthoff: “Alleen hád ik op dat moment geen band. Sterker nog, ik was het hele bandjesgebeuren een beetje zat. Niet dat ik geen muziek meer wilde maken, maar ik kon geen muzikanten vinden die dezelfde ‘drive’ hadden.” Totdat hij Dennis van Leeuwen ontmoette. Kane was geboren. Woesthoff herinnerde zich de ‘afspraak’ met de eigenaar van De Paap. “Ik heb hier toen letterlijk heen en weer staan banjeren omdat ik niet naar binnen durfde te gaan.” Uiteindelijk trok de 33-jarige Gorkummer tóch de stoute schoenen aan en liep op Van Coesant af. “Ondanks dat het alweer een paar jaar daarvoor was, wist hij nog wie ik was en mochten we hier komen spelen.” Op dat moment komt Van Coesant – een beer van een vent – aangelopen. Een innige omhelzing met de twee leden van Kane volgt. “We zijn in de loop der jaren echt vrienden geworden”, vertelt Van Leeuwen, terwijl Van Coesant de deur van het slot haalt en ons voorgaat. De geur van verschraald bier en sigarettenrook hangt nog in de lucht. “Het is laat geworden gisteren”, verontschuldigt Van Coesant zich. “We moeten nog schoonmaken.”

Belangrijke plaats
In de Haagse rockscène neemt De Paap een belangrijke plaats in. “Anouk is hier ontdekt en ook Billy the Kid (scoorde eind jaren ’90 een bescheiden hitje met ‘Loser’,red.) speelde hier regelmatig”, zegt Van Leeuwen. Daarom bevinden zich onder de toeschouwers regelmatig talentscouts van platenmaatschappijen. Zo ook de avond dat Kane haar vuurdoop had. “We bestonden net een paar maanden, speelden een aantal nummers waaronder iets dat wel redelijk leek op ‘Hands’ en werden na afloop benaderd door een scout van BMG”, haalt de gitarist op uit zijn geheugen, terwijl de twee op het podium van De Paap zitten. “Hij had Henkjan Smits (de juryvoorzitter van Idols was destijds nog A&R manager bij BMG, red.) gebeld en die zei dat hij wel een keer zou komen kijken. Alleen hadden we verder helemaal geen optredens gepland staan”, vult Woesthoff aan. “Ik heb zo een afspraak, zullen we verder gaan”, zegt Van Leeuwen. De mannen nemen afscheid van Van Coesant. Op naar de volgende ‘hotspot’!

Frietje
“Wie wil er een frietje”, zegt Van Leeuwen ineens. We staan voor waarschijnlijk de kleinste patatzaak van Nederland: ‘Vlaams Friethuis Het Kleinste Winkeltje’. Klein is het zeker, het pand is zelfs zo smal dat maar één persoon in de opening past. “Het is dan een klein zaakje, maar ze hebben wel de lekkerste patat van Den Haag”, meent Van Leeuwen. “En zeker de lekkerste satésaus”, zegt Woesthoff (half-Indisch) lachend. Terwijl de mannen zich tegoed doen aan de gefrituurde aardappelreepjes, gaan we aan het eind van de Papestraat de hoek om, richting Spui. “Het is een enorm cliché, maar kunnen jullie wel normaal over straat?”, vraag ik. “Mensen respecteren ons en laten je daarom met rust”, zegt Woesthoff. Hij is nog niet uitgesproken of twee giebelende tienermeisjes komen op de zanger aflopen. “Mijnheer Woesthoff, mogen we uw handtekening?” In het schoolschrift van de meisjes zet hij zijn signatuur. Ook aan het verzoek om met de meisjes op de foto te gaan, wordt gehoor gegeven. “Het is nu een discotheek, maar destijds hadden wij er een zaaltje gehuurd en al onze vrienden gevraagd om te komen kijken. Kijk, dat zaaltje was het”, wijst Woesthoff. We staan voor een vervallen gebouw aan het Spui. Grote, ouderwetse letters leren dat het om de Asta gaat. “Daar gaf Kane haar tweede optreden, in aanwezigheid van mensen van de platenmaatschappij. Niet veel later kregen we een platencontract.”

Koninginnenach
Van de Asta naar het Spuiplein is enkele tientallen meters, maar in de geschiedenis van Kane een reuzenstap. “In de Asta speelden we voor een paar honderd man. Op het Spuiplein stonden tienduizenden mensen tijdens Koninginnenach 2000”, vertelt Van Leeuwen, terwijl we naar het pleintje lopen. “Hier stond het podium en waar je ook keek, je zag alleen maar mensen”, weet Woesthoff nog. “Ik heb zelfs gehoord dat mensen een kamer in dat hotel boekten om ons te kunnen zien spelen”, lacht Van Leeuwen terwijl hij naar het Mercure Hotel wijst. “Het Malieveld is nog geen kilometer hier vandaan, maar opnieuw een enorme stap in de ontwikkeling van Kane”, weet Woesthoff. Een kijkje nemen lukt niet, aangezien stakende NedCarmedewerkers vandaag bezit hebben genomen van het Malieveld. Maar zowel Van Leeuwen als hij heeft erg veel zin in het concert, verzekert Woesthoff. “Het is voor ons toch een thuiswedstrijd”, zegt Van Leeuwen in onvervalst Haags. Hij heeft Den Haag inmiddels verruild voor Rotterdam. “Ik blijf Den Haag altijd trouw” , zegt de in Scheveningen wonende Woesthoff. “Niet alleen houd ik van de recht-voor-zijn-raapmentaliteit, ze hebben in Rotterdam niet eens behoorlijk satésaus”, besluit hij lachend, terwijl het laatste frietje in zijn mond verdwijnt.